Op woensdag 22 augustus vertrekken we rond de middag voor een drieweekse vakantie naar Frankrijk met als doel de Côte d’ Azur. De reden voor deze bestemming was voornamelijk omdat ze voor daar zonnig weer afgaven. De afgelopen periode was het weer in Nederland niet geweldig en voor we de winter ingaan, willen we nog een paar weken zon.
We rijden via Luxemburg, de Vogezen, Jura en de Alpen naar het zuiden. De eerste
nacht brengen we door op de camperplaats in Thaon-les-Vosges.
Dit is een gratis camperplaats aan het water. We hebben hier vorig jaar op onze
terugreis vanuit Griekenland ook overnacht. Toen was het droog weer. Dit keer
regent het. Er staan veel plassen water, waardoor niet alle plaatsen toegankelijk
zijn.
Gelukkig
is het niet zo druk en kunnen we parkeren op een stukje verharde weg.
De volgende dag trekken we verder. We houden een koffiepauze in het kleine plaatsje Saulx, op een camperplaats bij de kerk, midden in het dorp. Achter de kerk vinden we een laad- en losplaats voor campers en ook nog een toilet. Het is altijd leuk om camperplaatsen, die we toevallig zien, te bekijken.
We rijden verder door de Jura. De weg is af en toe zo steil, dat het verboden is voor auto’s met caravans. Tussendoor rijden we een stukje van de "route des lacs”, om te genieten van de mooie uitzichten op de meren. Bij Lac de Vouglans stoppen we voor een wandeling. We hebben tenslotte vakantie en dus geen haast. Waar het mooi is moet je genieten.
Daarna gaan we naar het meer van Annecy.
We overnachten in de gelijknamige plaats Annecy. We zijn net
op tijd, want we hebben één van de laatste plaatsen. Tot laat
in de avond komen campers tevergeefs kijken voor een plaatsje. We staan niet
ver van het centrum van de oude stad, die we in de avond een bezoek brengen.
De terrassen zitten overvol en ook de straten zijn vol met mensen om de vele
tierlantijntjes in de winkeltjes te bekijken. Ook wij kunnen de verleiding niet
weerstaan en kopen een klein campertje met de naam van onze kleindochter erop.

De
volgende dag gaan we nog even naar de stad, waar het markt is. Leuk om te zien
hoe de echte Franse marktlui hun waren daar verkopen. Groenten en fruit, gesorteerd
in mandjes. Kippen met de kop ernaast.
We kopen wat fruit en lopen langs het meer terug naar de camper. Daarna gaan
we naar het zuidelijkste puntje van het meer om een camping te bekijken waar
we ooit hebben gestaan. Weer even een stukje nostalgie. Op deze route komen
we veel campers tegen en op elke parkeerplaats langs het water staan er wel
een paar.
Via de stad Albertville, bekend van de Olympische Spelen, rijden we naar Gap,
waar we overnachten op een camperplaats. Deze bevindt zich op een parkeerterrein
vlakbij een supermarkt. Het centrum is niet dichtbij, maar er is wel een mooi
park in de buurt, waar je lekker kan wandelen. De volgende dag (zaterdag 25
augustus) gaan we via de Route Napoleon verder naar het zuiden. 
We komen door Sisteron, een mooi vestingstadje. Ook hier is
een camperplaats, maar die is helemaal vol, omdat het markt is. Op andere plaatsen
kun je niet parkeren met een camper. Jammer, want we hadden hier graag even
rond gekeken.
Halverwege de middag komen we bij Castellane, waar een mooie
camperplaats is. Deze ligt aan de rivier onderaan een hoge rots, die 's avonds
prachtig wordt verlicht. Bovenop de rots staat een kerkje, waar je via een soort
pelgrimstocht heen kan wandelen. Vanaf de camperplaats kun je het dorp in lopen.
De kosten bedragen 5 euro per etmaal, inclusief service. De nacht daarna staan
we een nacht op camping National in Castellane. Met gratis gebruik van Wifi,
zodat we naar huis kunnen mailen.
Op maandag 27 augustus vervolgen we onze reis. In een klein plaatsje Caille,
bekijken we nog een camperplaats, waar je alleen kan komen via heel kleine weggetjes.
Deze camperplaats wordt aangegeven bij de grote weg. Onderweg maken we een stop
van een paar uur op een mooie parkeerplaats. Daarna vervolgen we onze reis en
komen steeds zuidelijker. Het is goed te zien, dat hier weinig regen valt. Niet
alleen aan de natuur, maar ook aan de verschillende brandweerauto's die overal
aan de kant paraat staan om uit te rukken.
We rijden dwars door de stad Grasse. Dit is een terrassen-stad en de wegen kronkelen
onder en boven elkaar heen door het centrum. Onze Tommy raakt helemaal de kluts
kwijt, zodat Kees het maar zelf moet uitzoeken.

Aan het eind van de dag arriveren we in Antibes, waar we tot
onze verrassing een heleboel campers op het strand zien staan. Het is een prachtige
plek, dus we parkeren onze camper erbij. Op een bord staat de temperatuur van
het water vermeld: 24 graden. Warm genoeg om nog een heerlijke duik in de Middellandse
Zee te nemen. `s Avonds gaan we wandelen. We steken de spoorlijn over, die langs
het strand loopt en komen in een recreatief gebied terecht met campings, terrassen
en een avonturenpark.
Voor het slapen gaan drinken we een Frans wijntje met uitzicht op zee. We zien
nog diverse politiewagens langskomen, maar van de vele campers wordt niks gezegd.
De volgende ochtend rond tien uur komen er echter wel agenten langs en worden
alle camperaars verzocht het strand te verlaten. Onze Franse buurman vraagt
waar we dan wel mogen staan en de agenten verwijzen naar een plek, twee kilometer
verderop.
Wij gaan daar heen en brengen een aantal uren door op het strand. 
Na het middageten wordt het te warm en rijden we in onze camper met airco naar Monaco. Met de camper mag je nergens parkeren, alleen in een daarvoor bestemde ondergrondse garage. Maar wij vinden het soms leuk om zomaar wat rond te toeren en vanuit de camper kun je lekker veel zien. Op de terugweg gaan we nog even zwemmen en voor de nacht zoeken we ons plekje in Antibes weer op. Onze Franse buurman is ook terug gekomen en is ook nu weer onze buurman.
De volgende dag gaan we op tijd weg. Dit keer de andere kant op. Een paar kilometer verderop maken we een lange strandwandeling en vervolgens gaan we naar Cannes. Ook hier is parkeren niet mogelijk, maar we rijden wel door de wijk "Croisette" en zien vanuit de camper alle bekende hotels en het beroemde filmtheater met rode loper.
Hierna gaan we naar Frejus, waar volgens onze boeken een camperplaats moet zijn. Deze wordt ook aangegeven met borden in Frejus zelf. We vinden de plaats wel, maar zien al snel dat er niet één camper staat. Niet zo gek want de plaats is afgesloten met een hoogtebalk.
We rijden naar camping “les Pêcheurs” in Roquebrune
sur Argens. Dit is een camping van Camping Cheques. De ontvangst op
de camping is goed. Ondanks de siësta komt er toch iemand helpen. De camping
ligt dichtbij het pittoreske dorpje Roquebrune. Het plaatsje is helemaal in
oude stijl gehouden en er huizen veel kunstenaars.
Ook is er een chocolademuseum, waar je gratis in mag. De bevolking is er supervriendelijk.
Kortom een plaatsje dat zeker een bezoekje waard is
![]() |
Op de camping staan tegenover ons gezellige Belgen, die al snel een praatje komen maken. Dezelfde avond zijn we te gast bij hen, samen met hun Duitse buren en een Iers stel, dat verderop staat. Jammer genoeg laten de Engelse buren verstek gaan, anders was het helemaal een internationaal gezelschap geweest. Op eigen stoel en met eigen glas en wijn, wordt het een gezellige avond, waarbij voornamelijk in het Engels wordt gesproken over vakanties.
Na 2 nachten hebben we het weer wel gezien en op vrijdag 31 augustus vertrekken
we.
We bezoeken het oude gedeelte van Frejus, waar mooie oude gebouwen
en ruïnes zijn te zien. Ook zijn er leuke winkeltjes en pleinen. Op een
plein voor de kerk zijn op dat moment diverse bruidsparen. 
Tegen de avond gaan we naar de camperplaats in St. Maxìme. Deze kost € 5 per 24 uur. We stonden tegenover de McDonald’s en het lukt hier om te internetten.
Zaterdag gaan we naar St. Aygulf, waar we wat rondkijken. Daarna zetten we de camper in een zijstraatje, vlak bij een klein strandje. Daar vertoeven we een paar uurtjes. Dan rijden we terug en stoppen nog in een park langs het water. In het park staan allemaal fitnesstoestellen, dus ook maar even de buikspieren bijwerken. Daarna rijden we weer terug naar de camperplaats in St. Maxìme.
Avonds bezoeken we het centrum, dat is ongeveer anderhalve kilometer lopen. We kopen een paar Spaanse churros, zetten ons op een bankje aan het water en bekijken de vele passanten. Veel chique geklede mensen komen vanaf boten en bezoeken de dure restaurants aan de waterkant. Maar we zien ook zwervers. De contrasten zijn groot. Als we een paar straten van het water verwijderd zijn, vinden we eenvoudige eettentjes. We drentelen nog wat door de vele winkelstraatjes.
Zondag 2 september gaan we al vroeg weg, omdat we nog langs een winkel willen.
Helaas zijn alle winkels op zondag gesloten. We rijden dan maar naar camping
Mûres in Grimaud. Deze ligt voor een deel aan de zee
en voor een deel aan andere kant van de weg. We vinden een mooie plaats met
uitzicht op zee en blijven hier 2 nachten
.
‘s Avonds wandelen we langs het strand en komen via een paar andere campings
in Port Grimaud terecht. Dit is een prachtig plaatsje en wordt
wel eens Klein-Venetië genoemd, al is niet iedereen het hier mee eens.
Allemaal huizen en restaurantjes aan het water. De lichtjes die in het water
schijnen zorgen voor een romantisch aanzicht. Wij vinden het wel een super leuk
plekje.
Op dinsdag trekken we weer verder en gaan eerst naar een Lidl om eindelijk onze
inkopen te doen. Daarna rijden we nog wat rond en gaan dan naar de camperplaats
vlakbij Port Grimaud, die we ontdekt hadden tijdens een van onze wandelingen.
Er staan ook enkele wagens van het circus. We wandelen nog een keer naar Port
Grimaud, omdat het er zo leuk is en omdat overdag de winkeltjes open zijn.
‘s Avonds zien we ineens bekende gezichten op de camperplaats. Onze Franse
buren uit Antibes.
De
volgende dag gaan we naar Saint-Tropez en bekijken de camperplaats.
De weg erheen is moeilijk te rijden en erg smal. De kosten zijn 10 euro zonder
stroom. De camperplaats, die in een soort boomgaard ligt, is nog een behoorlijk
stuk van Saint-Tropez verwijderd. Ons trekt het niet zo aan. We rijden nog wat
rond in de omgeving en zetten wat later op de dag de camper net buiten Saint
Tropez, zo’n anderhalve kilometer van het centrum. We bezoeken de oude
haven en het centrum. .
Daarna gaan we terug naar de camperplaats bij Port Grimaud.
Het is 12 kilometer rijden en kost ons één en een half uur. Dit
omdat het zo ontzettend druk is rond Saint Tropez.
Later op de avond komen er twee jongens uit Nieuw Zeeland naast ons staan, waar
we nog een tijdje mee kletsen. Ze trekken met een busje door Europa.
Donderdagochtend krijgen we een tros druiven van een passerende backpacker. Hij heeft ze gestolen in de wijngaard aan de overkant. Even later komt er een zatte zwerver langs. Hoogste tijd voor ons om te vertrekken.
We gaan eerst langs een McDonald’s om onze mail binnen te halen. Dat kan bij bijna alle McDonald’s in Frankrijk. Daarna rijden we langs de stranden van Ramatuelle en zien een paar camperplaatsen. De campers staan in de volle zon en de plaatsen zijn niet zo goedkoop. Wij rijden verder en komen via een mooie route terecht op de Col de Collebasse. Het is een vrij smalle weg. Bovenop houden we een koffiestop en genieten we van een prachtig uitzicht.
We besluiten naar camping La Baie in Cavalaire sur Mer te
gaan. Het is een ASCI-camping (camping-card) met mooi zwembad en jacuzzi. De
camping ligt op loopafstand van de haven en het centrum van Cavalaire sur Mer.
Na 2 nachten gaan we weer verder en komen terecht in Port de Miramar.
Op verschillende plaatsen staan campers geparkeerd We kunnen er niet meer bij,
omdat het overal behoorlijk vol staat.
We rijden verder langs de kust tot aan Hyères. In de buurt van een vliegveld, staat aan de kant van de weg bij een parkeerplaats met hoogtebalk een Flot Bleu. Omdat wij er niet kunnen parkeren, rijden we door naar het strand, waar twee campers staan. Er is nog plaats genoeg, dus we zetten de onze ernaast. Later komen er nog een paar bij.
`s Avonds wandelen we langs het strand en dan zien we dat er hier op verschillende plaatsen campers staan. Zondagmorgen bakken we broodjes in ons oventje met alleen bovenwarmte, omdat anders de omvormer het niet aankan. Het lukt goed, het duurt alleen twee keer zo lang.
Na het ontbijt gaan we weer op pad. Onderweg zien we in een leuk dorpje dat
het markt is. Omdat we ook nog een lege parkeerplaats treffen, stoppen we even
voor de koffie en een bezoek aan de markt.
We gaan verder via het schiereiland Giens en Cap Brun en komen terecht in Toulon.
We rijden door het oude gedeelte van deze stad en langs de grote marineboten.
Toch vinden we de kust in deze omgeving niet meer zo boeiend en daarom besluiten
we naar de Provence te gaan. We passeren de plaatsen waar vorig jaar de bossen
zijn afgebrand, een kaal en triest gezicht. Zodra we een kudde geiten en een
herder tegenkomen, weten we dat we weer in het binnenland zijn.
Voor de nacht rijden we naar de camperplaats in Cuges
les Pins.
Deze ligt niet (meer) in het dorp, zoals aangegeven in ons camperboek, maar
een stukje buiten het centrum. Het wordt netjes aangegeven met borden en via
allerlei kronkelweggetjes worden we naar de plaats van bestemming geleid.
En dan ineens staan we voor een slagboom. Op een bord staat met geschreven tekst
in het Frans: “Open de slagboom en doe die ook zelf weer dicht”.
Het openen maakt een scherp piepend geluid, waar direct iemand op af komt om
ons in te schrijven.
De kosten bedragen € 3 per nacht inclusief service. Voor alleen service
betaal je € 1.50.
De camperplaats ligt in een leuk wandelgebied. Wij blijven hier alleen overnachten
en gaan de volgende dag weer op tijd verder.
We rijden via de D 96, waar we erg veel campers tegenkomen. Onderweg stoppen
we nog bij een leuk wandelgebied om weer even de benen te strekken en van de
natuur te genieten.
We komen langs een Aldi en doen wat boodschappen. Dit moet snel gebeuren, want
de winkel sluit om 12.30 uur en het is al 12.15 uur. Veel winkels zijn tot 16.00
uur gesloten in Frankrijk.
We
toeren verder door het Franse land en komen door leuke kleine plaatsen met lieflijke
namen, zoals “Le Cheval Blanche” en “Le Petit Palais”.
Via deze route gaan we naar de camperplaats in Fontaine de Vaucluse,
omdat we hier leuke berichten over hebben gehoord. Er is plaats voor ongeveer
90 campers. Als we halverwege de middag aankomen, staan er zo’n 40. In
de avond komen er nog meer bij en tellen we er ruim 60. De camperplaats ligt
aan een rivier, met daartussen nog een strook gras, zodat je hier ook buiten
kan zitten. De kosten bedragen 3 euro, die je betaalt als je weg rijdt.
Het dorp ligt op loopafstand en is zeker een bezoekje waard. Er komen zelfs
hele gezelschappen in bussen voor een bezichtiging aan deze plaats. Er is een
papierfabriek, een museum en een glasblazer. Verder zijn er leuke winkeltjes
en restaurants langs het water, want overal door het dorp stroomt de rivier.
Ook kun je de bron van de rivier bezoeken.
Na
twee nachten hebben we het wel gezien en rijden we naar Avignon.
Op een eiland midden in de Rhône (in de buurt van de campings) is een
grote parking, met een speciaal gedeelte voor campers. Hier mag je gratis 24
uur staan. Om de 10 minuten komt er een bus die je eveneens gratis naar het
oude centrum van de stad brengt. Onze labrador mag ook mee .
We brengen een bezoek aan het Pausenpaleis ( Palais des Papes). Dit is het grootste
gotische bouwwerk van de middeleeuwen. Hier hebben de pausen gewoond tijdens
hun verbanning uit Rome van 1309 tot 1376. Midden op het plein staat een man
te zingen met een enorm volume. Natuurlijk hebben we ook de bekende Pont van
Avignon bezocht.
Om
te overnachten gaan we naar de camperplaats in Maçon.
Deze ligt aan de Allée du Parc, vlakbij het Base Nautique aan de Saône.
Het is geen officiële camperplaats. Er is geen servicepunt en ‘s
nachts is het behoorlijk donker.
De volgende ochtend is het erg mistig. Later komt de zon half door de mist boven
de rivier, wat een mooi plaatje oplevert. We wandelen langs de Saône,
waar veel zwanen in rond zwemmen. Op de terugweg horen we accordeonmuziek. Het
geluid komt van een dame, die zittend op een bankje aan het water een heerlijk
Frans walsje speelt. Franser kan dus bijna niet.
Op onze vervolgreis komen we langs veel wijngaarden. We rijden door Beaune, waar een wijnfabriek staat. Vele boeren rijden erheen met hun karren vol met druifjes. Beaune is een mooie stad, maar voor de rest vinden we deze route niet geweldig. De omgeving is saai en het schiet totaal niet op. We komen door Nuits Saint Georges, waar een servicepunt staat aangegeven. Deze lijkt nog erg nieuw en is gratis.
Vanaf Dijon gaan we richting Langres. De binnenstad van deze plaats wordt omringd door muren en heeft 12 torens en 7 poorten. Om in het centrum te komen, moet je door één van die poortjes rijden. Dit lukt maar net. Er zou namelijk een camperplaats moeten zijn, maar die kunnen we nergens vinden. We lopen wat rond, nemen enkele foto’s en gaan weer verder richting Nederland.
We doen dat via de plaatsen Chaumont en St. Dizier. Dit is een heel wat mooiere
en snellere route met van die echte leuke Franse dorpjes.
Het wijngebied hebben we intussen achter ons gelaten, want we komen nu bij de
bronwaters. We passeren Bar-le-Duc, Chaudfontaine en Vouziers. En we zien hier
koeien, heel veel koeien en vooral veel witte koeien.
De
laatste nacht brengen we door op een camperplaats in Charleville–Mezières,
net onder de Belgische grens. Deze bevindt zich naast een camping aan een jachthaven,
met uitzicht op de Maas.
We wandelen naar het centrum. Dat is normaal niet zo ver, maar er zijn werkzaamheden aan de voetgangersbrug, waardoor deze is afgesloten. We moeten een heel eind omlopen. In een friettent kopen we een stokbrood friet. Hebben we nooit eerder gezien, maar allee….we zijn tenslotte bijna in België en passen ons makkelijk aan.
De laatste dag brengen we een bezoek aan Waterloo. Dit om
na de Napoleonroute op de heenweg, onze reis in stijl af te sluiten. Het valt
een beetje tegen. Ook hier zijn ze bezig met herstelwerkzaamheden.
Aan het eind van de middag gaan we toch echt richting Nederland en rond de klok
van vier uur rijden we eigen onze oprit weer op.