vervolg van Italië 2008 (deel 1)

Italië 2008 (deel 2)

ROME

Bij Rome zijn ze aan het werk aan de rondweg. Hierdoor moeten we een omweg maken, waardoor onze Tommie weer eens helemaal van slag raakt. We draaien een paar keer dezelfde rondjes en zo te zien zijn we niet de enigen, want we komen steeds dezelfde auto’s tegen.
We gaan naar camping ‘Happy Village & Camping’ welke met de ACSI-card € 14,-- kost.
We komen rond de middag (6 mei) aan. Vanaf de camping rijdt er een busje naar het station, van waaruit je met de metro naar het centrum van Rome kunt.
Tussen 12.00 en 16.00 uur rijdt het busje niet.

camping ‘Happy Village & Camping’

VaticaanWe besluiten vandaag de bus van 16.00 uur nog te nemen. We brengen allereerst een bezoek aan het Vaticaan, dwalen wat rond over het Sint Pietersplein en bezoeken de Sint Pietersbasiliek. Daarna wandelen we naar het Castel Sant’Angelo. Hier staan veel Afrikanen met koopwaar. Ook de hele Ponte Sant’Angelo over de Tiber tegenover het kasteel, staat helemaal vol met verkopers. We steken deze brug over en lopen dan naar het Pantheon. Tegenover het Pantheon nemen we plaats op een terras om wat te eten. Op het plein staat een klein jongetje viool te spelen. Ineens begint hij het ’la mama’ te zingen met zo een gigantisch volume, dat onze Jantje Smit er jaloers op zou zijn. Zijn pet doet hierdoor goede zaken en raakt aardig vol met muntjes.
Na een heerlijk bord Italiaanse spaghetti is het tijd om terug te gaan. We vragen de weg aan de vriendelijke ober en via het Piazza del Popolo (plein van het volk), dat ondertussen mooi verlicht is, lopen we naar het metro station. Even na tien uur lopen we de camping op.

Piazza del Popolo

De dag erna gaan we om 11 uur weg en brengen eerst een kijkje bij de Piramide van Cestius, omdat die het verste weg ligt. Deze piramide valt een beetje tegen. Hij is tamelijk klein en er valt weinig te beleven. Dus stappen we weer in de metro, die ons naar het Colosseum brengt. Hier is het wel erg druk. Er rijden veel open-toeristen-bussen rond en we komen veel groepen mensen tegen.
Ook lopen er mensen rond, verkleed als oude Romeinen (maar wel met mobieltje), die met je op de foto willen. Pas op! Wij hebben het gedaan en ze vroegen gelijk 5 euro. Ach we hebben er een paar maffe foto’s aan over gehouden.
We lopen verder langs het Forum Romanum (de oude stad) naar het monument van Victor Emanuel II (Il Vittoriano). Dit kolossale, in puur wit marmer vervaardigde monument kun je via allerlei trappen beklimmen (niet op de trappen gaan zitten, want je wordt gegarandeerd terug gefloten). Wanneer je helemaal boven bent, heb je een prachtig uitzicht over de omgeving. Eenmaal weer beneden, wandelen we langs het Pantheon naar het metrostation Flaminio om weer terug te gaan naar de camping.

Colosseum

Il Vittoriano

Op donderdag 8 mei vertrekken we uit Rome. We hebben niet alles gezien, maar vanwege de gezondheid is het niet de bedoeling hele dagen rond te sjokken. Maakt niet uit, want dan hebben we een reden om een keer terug te gaan.
We gaan op het gemakkie langs de kust weer richting het noorden. Het valt ons al snel op dat hier nog minder strand te zien is dan aan de Adriatische kust.

 

We komen door Civitavecchia. We vinden dat zo’n leuk plaatsje dat we hier even stoppen om rond te kijken. Tijden de siësta zijn de winkels gesloten en is het parkeren gratis. Hierdoor is er voldoende plaats in het centrum. Op het parkeerterrein bij het strand waar parkeren de hele dag gratis is, is geen plek meer te vinden. Later op de dag vinden we daar (met wat geluk) wel een plekje en staan we prachtig langs het water. We gaan een overheerlijke pizza eten en kletsen gezellig met de pizzaboer. Hij vertelt dat er in het weekend altijd veel Italianen met campers komen om hier te overnachten. Na 20.00 uur is de parkeerplaats ver leeg om de volgende ochtend weer vol te stromen. De beste tijd om te komen is dus wat later op de avond.

Chivitavecchia

De volgende dag ( 9 mei) rijden we naar Orbetello. Deze levendige stad ligt in de Italiaanse regio Toscane, in de provincie Grosseto. Het ligt aan de gelijknamige lagune en is door een kunstmatige dijk verbonden met het voormalige eiland Monte Argentario. De twee havenstadjes Porto Ecole en Porto Santo Stafano zijn dure badplaatsen, waar ondermeer de leden van ons koninklijk huis heen gaan.
Wij zijn er niet geweest, dus kunnen er niet over meepraten. Wie weet komen we hier ooit nog een keer op een volgende trip naar Italië.

 

Halverwege de dag arriveren we op camping Pappasole, waar we 2 nachten blijven.
We zwemmen in het zwembad en in de zee en maken een fietstocht. Veel fietsen doen we niet deze vakantie. De wegen gaan erg op en neer en fietspaden zijn er nauwelijks. Hierdoor moet je op de weg fietsen, wat niet echt veilig is.
De camping heeft een eigen stuk strand, dat is afgezet. Hierop staan hele rijen met ligstoelen, die op het moment dat wij er zijn, nagenoeg leeg zijn. Om er gebruik van te maken moet je flink in de buidel tasten. Wie niet betaalt moet een stukje verder lopen.
Vlak bij deze camping zijn ook verschillende camperplaatsen.

camping Pappasole

Als we na een paar dagen weer verder gaan, bezoeken we Piombino. Dit is de plaats waar de boten naar Elba vertrekken. We dachten dat dit wel een leuke plaats zou zijn, maar dat valt tegen. Er zijn veel fabrieken en het is er erg rommelig. Van de boten valt weinig te zien, dus trekken we verder richting SanVincenzo.
Overal zijn betaalde parkeerplaatsen. Het strand is niet te zien omdat er tussen de zee en de weg een pijnbomenbos ligt.
In San Vincenzo moeten we op een gegeven moment afslaan, maar we rijden even door langs de kust. Helemaal op het eind komen we terecht op een gratis parkeerplaats, die ook nog eens heerlijk in de schaduw ligt. Van hieruit ben je zo op het strand. Daarom stoppen we hier om te eten, een strandwandeling te maken en eindelijk te genieten van zee-zicht..

Trisha op het strand

Op onze vervolgreis denken we een camperplaats te ontdekken. We zien een groot veld dat vol staat met campers. Dan zien we een groot bord waaruit blijkt dat het een camper-treffen is van de Toscaanse camperclub .
De nacht brengen we door op een camperplaats in Marina di Bibbona. In deze plaats zijn verschillende camperplekken. Onze camperplaats bevindt zich midden op een parkeerplaats. Aan de buitenkanten (met gras ernaast) mag je niet staan. Die zijn voor de normale auto’s. (zie notitie onderaan dit verslag)
Wij willen er alleen maar overnachten. Nou ja, we zijn er aan het eind van de middag. Na het avondeten wandelen we wat in de omgeving. We bekijken de winkeltjes, eten een ijsje op een terras en lopen nog wat door het park. Daarna gaan we slapen en de volgende morgen weer verder.

camperplaats  Marina di Bibbona

Na Livorno komen we alleen maar langs betaalde stranden
De kust valt ons erg tegen in Italië. Nergens zie je strand of zee. We rijden alleen maar langs grote strandpaviljoens, restaurants en hotels. Om op het strand te komen moet je gebruik maken van een dergelijk instantie. Af en toe is er een heel klein stukje strand, waar de gewone bevolking mag neerstrijken.
Omdat de kust erg tegenvalt en het geen strandweer is, komen we steeds noordelijker. Verder dan Pisa gaan we niet, want we willen uiteraard de scheve toren gaan bekijken. We gaan naar Marina de Pisa. Daar is echter helemaal niks te beleven. Misschien dat het aan het weer ligt, maar alles ziet er erg armoedig uit.

Cecina

PISA

We rijden uiteindelijk maar naar de camperplaats in Pisa. De kosten bedragen 12 euro per 24 uur. Vanaf hier kun je gratis met een bus naar de toren en de kathedraal.
Zodra we de camper hebben geparkeerd, zien we dat je langs de andere kant te voet kunt. De afstand is 800 meter, dus dat is prima te lopen. We gaan ‘s avonds alvast even een blik op de toren werpen. De mensen van de talloze kraampjes zijn hun spullen al aan het opruimen. De volgende morgen lopen we nog een keer naar de toren en nu zijn alle kraampjes open en dat zijn er heel veel.
Het weer zit ons mee, want het is een heerlijk zonnige dag, zodat we even lekker op het gras kunnen zitten. (dat hoort er een beetje bij hier).Voor een bakje Italiaanse koffie nemen we liever plaats op een terras met uizicht op de scheve toren. Onze hond krijgt vandaag weer de nodige aaien en is weer heel wat keertjes vereeuwigd.

Pisa

Op de camperplaats eten we nog wat en rond half drie willen we weer verder gaan. Maar de camperservice is tussen 2 en 4 uur gesloten en afgezet met een touw, zodat je geen water kunt lossen. Wij willen alleen het toilet legen. We zijn niet de enigen, want we zien verschillende mensen met hun cassette lopen. Dit kan dus wel, dus rijden we ook de richting van de service uit. Van zulke fratsen raak je wel met andere camperaars aan de praat en hoor je weer eens wat.

De scheve toren

We rijden weer verder langs de kust in de hoop wat meer strand te zien, maar helaas. In de buurt van Viaveggio komen we langs nog meer hotels en winkels. Ze zien er hier een stuk duurder uit. Er is een boulevard en heel veel parkeerruimtes, maar het is zo jammer dat je de zee en het strand niet kunt zien.

 

We stoppen in Marina di Carrara, in een zijstraat van de weg langs de boulevard. Er staan een paar campers en na even gepraat te hebben met wat mensen, blijkt dat dit hier wordt gedoogd. Diezelfde avond maken we nog een praatje met een buurtbewoner, die zijn hond uitlaat en ook die bevestigt dat hier altijd campers staan.
We gaan op zoek naar een slager om gehakt voor de spaghetti te kopen. We moeten even op onze beurt wachten en krijgen Italiaanse les van de plaatselijke bevolking. Volgens hen is dit de beste slager uit de hele buurt. Na de maaltijd maken we een wandeling en vinden zowaar een strookje tussen alle gebouwen, waarlangs we naar het strand kunnen. En wat is het heerlijk de zee te zien en te ruiken en het zand tussen je tenen te voelen. Het is een prachtig strand. Wij begrijpen niet hoe de Italianen zelf hiertegen over staan. Zo’n mooi stukje natuur. Waarom moet je daar op veel plaatsen voor betalen?

Marina di Carrara

De volgende dag, woensdag 14 mei, gaan we weer verder. We hebben nog wat rondgekeken, maar deze kust van Italië is niet aan ons besteed en we rijden naar het binnenland door de bergen richting Parma. Even voorbij Parma maken we een stop in Fidenza, waar een camperplaats zou moeten zijn. Ook deze kunnen we niet vinden. Wel vinden we een plek met allemaal lege campers. Wat die daar staan te doen, weten we niet. Ook is er een grote supermarkt, dus vullen we voor de laatste keer de voorraad aan. Tevens lukt het hier om e-mail binnen te halen. We vinden daarna een leuk plekje om even te pauzeren, drinken koffie, wandelen wat in de mooie parken, eten nog een ijsje en gaan dan weer verder. Volgens onze gegevens zijn er weinig camperplaatsen in deze buurt. We rijden naar de tolweg om alvast een stukje richting Lago Maggiore te gaan, het meer waar we altijd weer terug naar toe willen.
Op de parkeerplaatsen langs de tolweg, zien we overal camper-service staan, maar steeds zitten er touwen omheen of staat er een hek rond. We willen nu wel eens weten hoe dat werkt en gaan er naast staan en stappen uit om te kijken. Gelijk komt er iemand naar ons toe met een sleutel. Hij pakt zelf het toilet eruit en maakt die leeg. Zelf mogen we niks doen. Wel raar om mee te maken. Je staat erbij en kijkt ernaar, terwijl een ander jouw ‘afval’ verwijderd. Dit hoeft voor ons nu ook weer niet. We vragen ons af of dit de normale gang van zaken is.

Fidenza

Bij Milaan, zijn er weer eens wegwerkzaamheden, dus ook hier draaien we weer een paar extra rondjes. We zijn nog steeds op zoek naar een overnachtingplaats, maar kunnen niks, maar dan ook helemaal niks vinden. Uiteindelijk zijn we maar naar dezelfde plek gereden, waar we 2 jaar geleden hebben overnacht aan het Lago Maggiore in Stresa.
Het is intussen 21:45 uur en we hebben honger, dus snel even wat klaarmaken.

Isola Bella

De volgende dag rijden we naar camping “Continental Lido” van Camping Cheques.
De dag erna gaat het regenen. Het weer dat ze afgeven ziet er ook niet zo geweldig uit en
omdat onze vakantie nagenoeg voorbij is, besluiten we vandaag al te vetrekken.

 

We rijden langs het meer naar Cannobio. Daar zetten we de camper aan de waterkant om nog even het dorpje in te gaan. Omdat het weer gaat regenen, gaan we eerst wat eten.
Nadat we onze Italiaanse broodjes hebben genuttigd, klaart het op en we blijven een aantal uren in Cannobio. Aan de waterkant is het verboden voor campers, maar blijkbaar wordt er in het voorseizoen wel een ander gedoogd. Wel wijst een dorpeling ons op de wielen die op het gras staan. Hij vertelt dat je daar wel een boete voor krijgt, dus de camper even een stukje achteruit gezet.
Aan het eind van de middag kijken we nog bij een camperplaats in Locarno. Deze ligt dicht bij het Lago Maggiore en kost 20 francs per 24 uur. ( ongeveer € 13 )

Cannobio

Rond vier uur rijden we richting St. Gotthard. Het regent intussen weer flink en door de dikke bewolking kunnen we de bergen niet zien.
De pas is nog steeds niet open, dus weer door de 17 kilometerlange tunnel.
En ……..als we de tunnel uitrijden is het prachtig weer en zien we de met sneeuw betopte bergen, die schitteren in de zon. Wat een plaatje, het blijft voor ons een van de mooiste plekjes op aarde.

 

Door dit zonnige weer kunnen we even later ook nog genieten van het uitzicht op het Vierwoudstedenmeer, dat we passeren. Via Bazel rijden we Frankrijk in.
We gaan daarna naar de camperplaats in Than om te overnachten. Het is al wat later op de avond en de plaats is helemaal vol, dus rijden we maar 5 kilometer verder en komen in Willer-sur-Thur, waar we ook de eerste nacht zijn geweest. We slapen deze laatste nacht net als de eerste voor het kerkje.

Op zaterdag 18 mei maken we de laatste kilometers richting Halsteren. Onderweg stoppen we nog af en toe en wandelen zo eens hier en daar. Aan het eind van de middag worden we thuis dolenthousiast begroet door onze kat Milou. Zij is blij dat we weer thuis zijn. En wij….wij maken al weer plannen voor de volgende reis.

Zwitsreland

Opmerkingen:

In Italië zijn over het algemeen veel camperplaatsen. De kosten variëren van 0 tot ruim 20 euro. Ook bij de gratis camperplaatsen is soms service aanwezig.
Langs de kust hebben we verschillende camperplaatsen gezien, waar je op geen enkele manier mag kamperen. Er staan borden bij dat het verboden is stoelen buiten te zetten, de luifel uit te draaien of te barbecuen.
De Italianen maken vooral in het weekend veelal gebruik van deze plaatsen. Ze gaan dan de hele dag naar het strand en gebruiken de camper alleen om in te eten en te slapen.
Wij hebben een paar keer op zo’n plaats overnacht, maar om er langer te blijven vinden wij niks.
Soms is er vlak bij zo’n gratis parkeer-camperplaats een luxere camperplaats, waar je wel buiten mag zitten, maar daar moet je dan wel betalen.
We hebben ook camperplaatsen gezien met 3 verschillende tarieven, maar hoe dat zit, hebben we tot nu toe nog niet begrepen.

De plaatsen waar je absoluut niet buiten mag zitten bevinden zich soms op het midden van een parkeerterrein, zodat je niet langs een strook gras komt te staan, die uitnodigt om je stoel op te zetten. De plaatsen langs de kant zijn dan voor de personen auto’s.
Het is minder leuk staan zo midden op een terrein, maar het is natuurlijk wel een manier om kamperen op een parkeerterrein tegen te gaan. Dit is een betere oplossing dan de camperplaats te sluiten, wat in Nederland nogal eens gebeurt.

De kust van Italië is ons erg tegengevallen, omdat je bijna nergens het strand en de zee ziet. Je kan ook niet zomaar overal het strand oplopen. Wij vragen ons af wat de Italianen hier zelf van vinden. Het is zo’n mooi stukje natuur, waar volgens ons iedereen gratis gebruik van zou moeten mogen maken.

In veel zwembaden moet je een badmuts dragen. Ook dat vinden wij niet zo erg prettig.
Het binnenland van Italië vinden we wel de moeite waard. Wij hebben Toscane en Umbrië bezocht, waar de natuur prachtig is, waar lieflijke dorpjes zijn en waar veel cultuur te vinden is. We zullen ook zeker nog een keer terug gaan, maar voor strand en zee, gaan we liever naar een ander land.