ROME
Bij Rome zijn ze aan het werk aan de rondweg. Hierdoor moeten we een omweg
maken, waardoor onze Tommie weer eens helemaal van slag raakt. We draaien
een paar keer dezelfde rondjes en zo te zien zijn we niet de enigen, want
we komen steeds dezelfde auto’s tegen.
We gaan naar camping ‘Happy Village & Camping’ welke met de ACSI-card € 14,-- kost.
We komen rond de middag (6 mei) aan. Vanaf de camping rijdt er een busje
naar het station, van waaruit je met de metro naar het centrum van Rome
kunt.
Tussen 12.00 en 16.00 uur rijdt het busje niet. |
|
We
besluiten vandaag de bus van 16.00 uur nog te nemen. We brengen allereerst
een bezoek aan het Vaticaan, dwalen wat rond over het Sint
Pietersplein en bezoeken de Sint Pietersbasiliek.
Daarna wandelen we naar het Castel Sant’Angelo. Hier
staan veel Afrikanen met koopwaar. Ook de hele Ponte Sant’Angelo over
de Tiber tegenover het kasteel, staat helemaal vol met verkopers. We steken
deze brug over en lopen dan naar het Pantheon. Tegenover
het Pantheon nemen we plaats op een terras om wat te eten. Op het plein
staat een klein jongetje viool te spelen. Ineens begint hij het ’la
mama’ te zingen met zo een gigantisch volume, dat onze Jantje Smit
er jaloers op zou zijn. Zijn pet doet hierdoor goede zaken en raakt aardig
vol met muntjes.
Na een heerlijk bord Italiaanse spaghetti is het tijd om terug te gaan.
We vragen de weg aan de vriendelijke ober en via het Piazza del
Popolo (plein van het volk), dat ondertussen mooi verlicht is,
lopen we naar het metro station. Even na tien uur lopen we de camping op.
|
|
De dag erna gaan we om 11 uur weg en brengen eerst een kijkje bij de Piramide
van Cestius, omdat die het verste weg ligt. Deze piramide valt
een beetje tegen. Hij is tamelijk klein en er valt weinig te beleven. Dus
stappen we weer in de metro, die ons naar het Colosseum brengt. Hier is het wel erg druk. Er rijden veel open-toeristen-bussen rond
en we komen veel groepen mensen tegen.
Ook lopen er mensen rond, verkleed als oude Romeinen (maar wel met mobieltje),
die met je op de foto willen. Pas op! Wij hebben het gedaan en ze vroegen
gelijk 5 euro. Ach we hebben er een paar maffe foto’s aan over gehouden.
We lopen verder langs het Forum Romanum (de oude stad)
naar het monument van Victor Emanuel II (Il Vittoriano).
Dit kolossale, in puur wit marmer vervaardigde monument kun je via allerlei
trappen beklimmen (niet op de trappen gaan zitten, want je wordt gegarandeerd
terug gefloten). Wanneer je helemaal boven bent, heb je een prachtig uitzicht
over de omgeving. Eenmaal weer beneden, wandelen we langs het Pantheon naar
het metrostation Flaminio om weer terug te gaan naar de camping. |


|
Op donderdag 8 mei vertrekken we uit Rome. We hebben niet alles gezien,
maar vanwege de gezondheid is het niet de bedoeling hele dagen rond te sjokken.
Maakt niet uit, want dan hebben we een reden om een keer terug te gaan.
We gaan op het gemakkie langs de kust weer richting het noorden. Het valt
ons al snel op dat hier nog minder strand te zien is dan aan de Adriatische
kust. |
|
We komen door Civitavecchia. We vinden dat zo’n
leuk plaatsje dat we hier even stoppen om rond te kijken. Tijden de siësta
zijn de winkels gesloten en is het parkeren gratis. Hierdoor is er voldoende
plaats in het centrum. Op het parkeerterrein bij het strand waar parkeren
de hele dag gratis is, is geen plek meer te vinden. Later op de dag vinden
we daar (met wat geluk) wel een plekje en staan we prachtig langs het water.
We gaan een overheerlijke pizza eten en kletsen gezellig met de pizzaboer.
Hij vertelt dat er in het weekend altijd veel Italianen met campers komen
om hier te overnachten. Na 20.00 uur is de parkeerplaats ver leeg om de
volgende ochtend weer vol te stromen. De beste tijd om te komen is dus wat
later op de avond. |
|
De volgende dag ( 9 mei) rijden we naar Orbetello. Deze
levendige stad ligt in de Italiaanse regio Toscane, in de provincie Grosseto.
Het ligt aan de gelijknamige lagune en is door een kunstmatige dijk verbonden
met het voormalige eiland Monte Argentario. De twee havenstadjes Porto Ecole
en Porto Santo Stafano zijn dure badplaatsen, waar ondermeer de leden van
ons koninklijk huis heen gaan.
Wij zijn er niet geweest, dus kunnen er niet over meepraten. Wie weet komen
we hier ooit nog een keer op een volgende trip naar Italië. |
|
Halverwege de dag arriveren we op camping Pappasole,
waar we 2 nachten blijven.
We zwemmen in het zwembad en in de zee en maken een fietstocht. Veel fietsen
doen we niet deze vakantie. De wegen gaan erg op en neer en fietspaden zijn
er nauwelijks. Hierdoor moet je op de weg fietsen, wat niet echt veilig
is.
De camping heeft een eigen stuk strand, dat is afgezet. Hierop staan hele
rijen met ligstoelen, die op het moment dat wij er zijn, nagenoeg leeg zijn.
Om er gebruik van te maken moet je flink in de buidel tasten. Wie niet betaalt
moet een stukje verder lopen.
Vlak bij deze camping zijn ook verschillende camperplaatsen.
|
|
Als we na een paar dagen weer verder gaan, bezoeken we Piombino.
Dit is de plaats waar de boten naar Elba vertrekken. We dachten dat dit
wel een leuke plaats zou zijn, maar dat valt tegen. Er zijn veel fabrieken
en het is er erg rommelig. Van de boten valt weinig te zien, dus trekken
we verder richting SanVincenzo.
Overal zijn betaalde parkeerplaatsen. Het strand is niet te zien omdat er
tussen de zee en de weg een pijnbomenbos ligt.
In San Vincenzo moeten we op een gegeven moment afslaan, maar we rijden
even door langs de kust. Helemaal op het eind komen we terecht op een gratis
parkeerplaats, die ook nog eens heerlijk in de schaduw ligt. Van hieruit
ben je zo op het strand. Daarom stoppen we hier om te eten, een strandwandeling
te maken en eindelijk te genieten van zee-zicht.. |
|
Op onze vervolgreis denken we een camperplaats te ontdekken. We zien een
groot veld dat vol staat met campers. Dan zien we een groot bord waaruit
blijkt dat het een camper-treffen is van de Toscaanse camperclub .
De nacht brengen we door op een camperplaats in Marina di Bibbona. In deze plaats zijn verschillende camperplekken. Onze camperplaats bevindt
zich midden op een parkeerplaats. Aan de buitenkanten (met gras ernaast)
mag je niet staan. Die zijn voor de normale auto’s. (zie notitie onderaan
dit verslag)
Wij willen er alleen maar overnachten. Nou ja, we zijn er aan het eind van
de middag. Na het avondeten wandelen we wat in de omgeving. We bekijken
de winkeltjes, eten een ijsje op een terras en lopen nog wat door het park.
Daarna gaan we slapen en de volgende morgen weer verder. |
|
Na Livorno komen we alleen maar langs betaalde stranden
De kust valt ons erg tegen in Italië. Nergens zie je strand of zee.
We rijden alleen maar langs grote strandpaviljoens, restaurants en hotels.
Om op het strand te komen moet je gebruik maken van een dergelijk instantie.
Af en toe is er een heel klein stukje strand, waar de gewone bevolking mag
neerstrijken.
Omdat de kust erg tegenvalt en het geen strandweer is, komen we steeds noordelijker.
Verder dan Pisa gaan we niet, want we willen uiteraard de scheve toren gaan
bekijken. We gaan naar Marina de Pisa. Daar is echter helemaal niks te beleven.
Misschien dat het aan het weer ligt, maar alles ziet er erg armoedig uit. |
|
We rijden uiteindelijk maar naar de camperplaats in Pisa. De kosten bedragen
12 euro per 24 uur. Vanaf hier kun je gratis met een bus naar de toren en
de kathedraal.
Zodra we de camper hebben geparkeerd, zien we dat je langs de andere kant
te voet kunt. De afstand is 800 meter, dus dat is prima te lopen. We gaan
‘s avonds alvast even een blik op de toren werpen. De mensen van de
talloze kraampjes zijn hun spullen al aan het opruimen. De volgende morgen
lopen we nog een keer naar de toren en nu zijn alle kraampjes open en dat
zijn er heel veel.
Het weer zit ons mee, want het is een heerlijk zonnige dag, zodat we even
lekker op het gras kunnen zitten. (dat hoort er een beetje bij hier).Voor
een bakje Italiaanse koffie nemen we liever plaats op een terras met uizicht
op de scheve toren. Onze hond krijgt vandaag weer de nodige aaien en is
weer heel wat keertjes vereeuwigd. |
 |
Op de camperplaats eten we nog wat en rond half drie willen we weer verder
gaan. Maar de camperservice is tussen 2 en 4 uur gesloten en afgezet met
een touw, zodat je geen water kunt lossen. Wij willen alleen het toilet
legen. We zijn niet de enigen, want we zien verschillende mensen met hun
cassette lopen. Dit kan dus wel, dus rijden we ook de richting van de service
uit. Van zulke fratsen raak je wel met andere camperaars aan de praat en
hoor je weer eens wat. |
 |
We rijden weer verder langs de kust in de hoop wat meer strand te zien,
maar helaas. In de buurt van Viaveggio komen we langs nog meer hotels en
winkels. Ze zien er hier een stuk duurder uit. Er is een boulevard en heel
veel parkeerruimtes, maar het is zo jammer dat je de zee en het strand niet
kunt zien. |
|
We stoppen in Marina di Carrara, in een zijstraat van
de weg langs de boulevard. Er staan een paar campers en na even gepraat
te hebben met wat mensen, blijkt dat dit hier wordt gedoogd. Diezelfde avond
maken we nog een praatje met een buurtbewoner, die zijn hond uitlaat en
ook die bevestigt dat hier altijd campers staan.
We gaan op zoek naar een slager om gehakt voor de spaghetti te kopen. We
moeten even op onze beurt wachten en krijgen Italiaanse les van de plaatselijke
bevolking. Volgens hen is dit de beste slager uit de hele buurt. Na de maaltijd
maken we een wandeling en vinden zowaar een strookje tussen alle gebouwen,
waarlangs we naar het strand kunnen. En wat is het heerlijk de zee te zien
en te ruiken en het zand tussen je tenen te voelen. Het is een prachtig
strand. Wij begrijpen niet hoe de Italianen zelf hiertegen over staan. Zo’n
mooi stukje natuur. Waarom moet je daar op veel plaatsen voor betalen? |
 |
De volgende dag, woensdag 14 mei, gaan we weer verder. We hebben nog wat
rondgekeken, maar deze kust van Italië is niet aan ons besteed en we
rijden naar het binnenland door de bergen richting Parma. Even voorbij Parma
maken we een stop in Fidenza, waar een camperplaats zou
moeten zijn. Ook deze kunnen we niet vinden. Wel vinden we een plek met
allemaal lege campers. Wat die daar staan te doen, weten we niet. Ook is
er een grote supermarkt, dus vullen we voor de laatste keer de voorraad
aan. Tevens lukt het hier om e-mail binnen te halen. We vinden daarna een
leuk plekje om even te pauzeren, drinken koffie, wandelen wat in de mooie
parken, eten nog een ijsje en gaan dan weer verder. Volgens onze gegevens
zijn er weinig camperplaatsen in deze buurt. We rijden naar de tolweg om
alvast een stukje richting Lago Maggiore te gaan, het meer waar we altijd
weer terug naar toe willen.
Op de parkeerplaatsen langs de tolweg, zien we overal camper-service staan,
maar steeds zitten er touwen omheen of staat er een hek rond. We willen
nu wel eens weten hoe dat werkt en gaan er naast staan en stappen uit om
te kijken. Gelijk komt er iemand naar ons toe met een sleutel. Hij pakt
zelf het toilet eruit en maakt die leeg. Zelf mogen we niks doen. Wel raar
om mee te maken. Je staat erbij en kijkt ernaar, terwijl een ander jouw
‘afval’ verwijderd. Dit hoeft voor ons nu ook weer niet. We
vragen ons af of dit de normale gang van zaken is. |
 |
Bij Milaan, zijn er weer eens wegwerkzaamheden, dus ook hier draaien we
weer een paar extra rondjes. We zijn nog steeds op zoek naar een overnachtingplaats,
maar kunnen niks, maar dan ook helemaal niks vinden. Uiteindelijk zijn we
maar naar dezelfde plek gereden, waar we 2 jaar geleden hebben overnacht
aan het Lago Maggiore in Stresa.
Het is intussen 21:45 uur en we hebben honger, dus snel even wat klaarmaken. |
 |
De volgende dag rijden we naar camping “Continental Lido” van Camping Cheques.
De dag erna gaat het regenen. Het weer dat ze afgeven ziet er ook niet zo
geweldig uit en
omdat onze vakantie nagenoeg voorbij is, besluiten we vandaag al te vetrekken. |
|
We rijden langs het meer naar Cannobio. Daar zetten we
de camper aan de waterkant om nog even het dorpje in te gaan. Omdat het
weer gaat regenen, gaan we eerst wat eten.
Nadat we onze Italiaanse broodjes hebben genuttigd, klaart het op en we
blijven een aantal uren in Cannobio. Aan de waterkant is het verboden voor
campers, maar blijkbaar wordt er in het voorseizoen wel een ander gedoogd.
Wel wijst een dorpeling ons op de wielen die op het gras staan. Hij vertelt
dat je daar wel een boete voor krijgt, dus de camper even een stukje achteruit
gezet.
Aan het eind van de middag kijken we nog bij een camperplaats in Locarno.
Deze ligt dicht bij het Lago Maggiore en kost 20 francs per 24 uur. ( ongeveer
€ 13 ) |
 |
Rond vier uur rijden we richting St. Gotthard. Het regent intussen weer
flink en door de dikke bewolking kunnen we de bergen niet zien.
De pas is nog steeds niet open, dus weer door de 17 kilometerlange tunnel.
En ……..als we de tunnel uitrijden is het prachtig weer en zien
we de met sneeuw betopte bergen, die schitteren in de zon. Wat een plaatje,
het blijft voor ons een van de mooiste plekjes op aarde. |
|
Door dit zonnige weer kunnen we even later ook nog genieten van het
uitzicht op het Vierwoudstedenmeer, dat we passeren. Via Bazel rijden
we Frankrijk in.
We gaan daarna naar de camperplaats in Than om te overnachten. Het is
al wat later op de avond en de plaats is helemaal vol, dus rijden we maar
5 kilometer verder en komen in Willer-sur-Thur, waar we ook de eerste
nacht zijn geweest. We slapen deze laatste nacht net als de eerste voor
het kerkje.
Op zaterdag 18 mei maken we de laatste kilometers richting Halsteren.
Onderweg stoppen we nog af en toe en wandelen zo eens hier en daar. Aan
het eind van de middag worden we thuis dolenthousiast begroet door onze
kat Milou. Zij is blij dat we weer thuis zijn. En wij….wij maken
al weer plannen voor de volgende reis. |
 |